We hebben de tijd

Deze meter zachte grond op brokken,
puin waar diep eronder grotrivieren
het lei verleiden, eindeloos verdwalen,
marionettenverhalen weven waarmee
wij ons met volle monden vergeven.
Ze hebben de tijd. Als het sijpelt
waar het niet stroomt, woont het in
geuren waarvan de namen vervaagden.
Duizend bloesems missen de wind
tot je me blootsvoets zoent en β€˜er is niets
dan geven.’