Ik Ga Brood Halen

Je staat op, je knijpt het laken om je vingers, geen houvast, geen ontlading; een vraag voor de lucht en het raam en daarachter de palmen, de bamboetakken, de blinde muur waarachter etalages leegstaan: of de stilte zachter kan en minder zonder mij. 

—Doe je voorzichtig?

Als je ervan loskomt, valt het matras metersdiep—er wonen nieuwe frasen in die herhalen tot je erin verdwaalt; zinnen simpel als Ik hou van jou, Kus me of Wat kan ik voor je doen; onzinzinnen vol van de dag, het licht, hoe je schouders voelden, wat Nana at; volle zinnen met niks dan ellipsen en komma’s en punten: zinnen die je slaap omhullen, zo vol vullen dat je ademhalen haast stilt— het valt als je ervan los komt. Het valt en je staat.

Je recht mijn kraag, laat je blik je vingers nagaan, ziet de kreuken van de lakens. Je hoort de taal van gisteren draden van schaduw leggen over de ochtend. Zachter dan wanhoop, liever dan ik: of ik voorzichtig doe. En:

—Er was een bloedmaan, ik kon er niet van slapen.