Kantelen

 

Van kant en zwarte orchideeën.

In de nachtbedding

spoelen schaduwbloemen

die niet herbeelden

in het donkerste

spiegelwater. Later

zit je aan het raam

breekt stralen zon verheft

je lichaam.

Je leest

je handpalmen — en huilt daarbij.

De verwolkte donkerbloemen

staan nu vaas in het venster

op een kanten kleed-

je, ze buigen licht naar je

waar je hals onder dons drijft,

waar je varen kunt

en verdrinken. Val en blijf

omgeven van leven,

haal je herinneringen op

uitspreidt ze in kanten weefsel

omringde leegtes aaneengeregen

die de zwaarte bloemen dragen

die licht buigen, waar blad na

blad na blad de nacht

kantelt en

Jij: "Ik wist

wat ik kon zijn. Maar

ik mocht er niet bij. En toen

kon ik er niet bij. En toen

ik wilde er niet bij, nee,

bij niet bang

te breken met buitenstemmen

nu jij -"

Je zit aan het raam in-

gebed, uitzicht.