Ze ligt,

 

keek even op het balkon en liet zich

omvatten De klimplant drukte door

de hor, vol van licht, opgewonden

hier zijn lome honger te verlossen

Zonder stop Ongeremd

Van de wanden slipten schilderijen,

foto's tot de grond ze tikte De lijsten

knapten Het viel haar op: het is windstil

onder mij Zonder kader

raakt het papier haar zó, zo In de scherven

praten beelden elkaar na Ze komt boven,

omhult haar ademhaling met mijn naam

Haar vingers laten los ze glijdt op

de stenen vloer Over haar borsten

blinkt het licht De malende bladen

van de fan Ik laat haar slapen