Shanka

 

In de avond valt de stroom even uit.

Lang genoeg om elkaar te vinden, te troosten met,

Maar de maan is vol.

We verwarren ons in luiste vrijerijtjes tussen slaap en overgave.

Naast het hoofdkussen hangt een caracola, waar

in het diepst getordeerde een lampje zit, het schijnselt door

de kalken wanden als zonlicht je hand kan.

 

Slaap maakt: achter in het park,

op weg van huis naar huis slaat hij het duister

van zijn bloes. Hij maakt een ommetje.

Zijn rubberen slippers van het merk nike sleten

vooral op de bal van zijn voet,

omdat hij over de rotsen van het pad de hoge wortels

van de ceiba opstapt, omdat hij daar

waar de wortels de stam raken de holen vindt

van de opossums (Un zorro! Mátalo!),

omdat daar in de verlaten gaten

in de schaduw uit het zwijgen enkel hoop rust.

Als hij doorloopt komt hij thuis als hij omdraait komt hij thuis.

 

Zweven huid over huid: het zout het luide herinneren

mijn broze machtsvertoon gebroken in jouw genade (wat later

jouw hand in de mijne, die zo warm is) te verdwijnen

in steeds kleinere kamers waar de maan noch de zon verhaalt,

waar licht enkel met je ogen dicht bestaat.

Overgave. Je zit op de rand van het bed.

Je houd je hoofd stil.

Ik mijn adem.