De gift

 

In het water verlaten we

de regendruppels.

Je gelooft de belofte in mij, vurig.

Je streelt dat ik mooi ben,

zonder aarzelen. Onze lippen raken

we verdwalen in deze straten,

de rode van klei gesneden stenen

branden, ze kregen de zon, delen

beelden uit. Je vindt me

van-de-kar-gekochte garnalen,

pico de gallo en tortillas,

je tranen zijn van habanero,

liefde en verdriet.